Groningen heeft sterke huizen én sociale vernieuwing nodig

In alle luwte bouwde Noord-Groningen aan de eigen toekomst. Tot de aardbevingen een nationale kwestie werden. Acute zorgen van bewoners en het immense bouwprogramma eisen nu alle aandacht op. Een gedeelde gebiedsvisie is er niet. Die is wel nodig: ‘Als wij als bewoners niet kunnen bijdragen aan de zoektocht naar onze toekomst, wordt het lastig om hier aangenaam te blijven wonen’.

Tekst: Peter Paul Witsen / Foto: Harry Cock

 

Een lage horizon. Kilometerslange landwegen, meebuigend met het landschap, naar ver weg gelegen herenboerderijen. Dichtbebouwde dorpen op hoge wierden, rond romaanse kerken van eeuwen her. Dit is het Hoogeland, het oudste cultuurlandschap van Nederland, recent beter bekend als aardbevingsgebied.

‘Er lopen hier onzichtbare grenzen door het landschap’, vertelt Ivo Lochtenberg, die in een boerderij uit 1869 een werkplaats annex conferentiecentrum is begonnen en daar ook een bed and breakfast runt. ‘Sommige dorpsbewoners zullen deze grenzen nooit overschrijden. Er zijn plekken op drie kilometer van hun woning waar ze nog nooit zijn geweest. Hooguit om een uitwedstrijd te voetballen.’

Zijn boerderij Walsemaweer is getroffen door de bevingen. De eerste in 2012, er kwamen andere overheen. Boogstenen hangen scheef boven een staldeur: ‘Die doe ik maar niet meer open.’ De badkamers van de bed and breakfast, nog maar een paar jaar geleden aangeschaft en ingebouwd, waren alle zeven beschadigd. Sommige licht, andere behoorlijk. Kozijnen waren ontzet. Het dak is vernieuwd, gedeeltelijk betaald uit de schadevergoeding van de NAM. Lochtenberg: ‘Het is cosmetisch herstel. Ons pand is niet bevingsbestendig. Het stenen voorhuis is waarschijnlijk nog vele malen kwetsbaarder dan de werk- en logeerruimtes in de oude stal, waar de houten binten nog wel wat beweging kunnen opvangen. We weten niet wat dat gaat betekenen. Misschien moeten we ons huis helemaal strippen en versterkt terugbouwen, in een staalconstructie of in houtskeletbouw met duizend schroeven per vierkante meter. Misschien moet het worden afgebroken en herbouwd.’ 

Ontzettend veel ruimte

Ivo Lochtenberg spreekt in bedachtzame, helder geformuleerde zinnen. Hij heeft geen behoefte om boe-roepend aan de zijlijn te blijven staan, maar zoekt de verbinding met streekgenoten om samen aan een nieuwe toekomst te werken. ‘Deze regio heeft ontzettend veel ruimte. Er zijn hier veel pioniers die hun eigen ding doen zonder elkaar in de weg te zitten. Dat betekent ook dat hier geen traditie is om gezamenlijk na te denken over de toekomst van deze omgeving.’

Hij organiseerde met de Stichting Groningen Noord dorpspleinbijeenkomsten in tijdelijke gebouwtjes van aardappelkisten. ‘We maakten een vervreemdende plek zodat mensen ontspannen konden spreken en luisteren. We richtten een klaagmuur op, maar ook een droomwand.’ In zo’n gebouwtje gaf de zogeheten Dialoogtafel voor het eerst acte de présence aan de samenleving. Het werd slechts ten dele een succes. Lochtenberg: ‘Mensen hadden behoefte om stoom af te blazen.’ Jacques Wallage oud-burgemeester van Groningen en voorzitter van de Dialoogtafel, ergerde zich daaraan. ‘Hij vond dat de setting te veel ruimte gaf aan emoties en te weinig aan zijn toelichting en de successen van de Dialoogtafel, zoals de compensatieregeling voor waardedaling en het fonds voor leefbaarheidsinitiatieven.’

Status teruggeschroefd

Die Dialoogtafel was in 2014 opgericht om afspraken over herstel en preventie te maken. Overheden en samenleving zouden daar wederzijds begrip opbouwen en de nare smaak van jarenlang wegkijken wegspoelen. In september is hij uiteengevallen. Er zijn nu twee stuurgroepen, een voor maatschappelijke organisaties en een voor overheden. Tegelijk is de status teruggeschroefd. De beide stuurgroepen nemen geen besluiten die bestuurders vervolgens in hun volksvertegenwoordiging of bij hun achterban verdedigen. Ze adviseren Hans Alders, de ‘Nationaal Coördinator Groningen’. Wallage nam afscheid met harde woorden, zeker voor een politieke veteraan als hij: ‘De overheden speelden hun eigen spel.’

De laatste maanden nam ook Theo Hoek deel aan de Dialoogtafel. Hij is directeur van Libau, de Groningse adviesorganisatie voor ruimtelijke kwaliteit, en werkte tien jaar lang als provinciaal bouwmeester in Groningen. ‘Het was een farce’, zegt hij. ‘Minister [van Economische Zaken] Kamp en zijn gevolg kwamen binnenstuiven met een lading cijfers over de toekomstige gaswinning. De dag daarna zou de ministerraad ze vaststellen. Wij hadden niets in te brengen.’

Hoek houdt zijn hart vast. ‘Die hele hersteloperatie zou wel eens meer kunnen vernielen dan de aardbevingen zelf’. Noord-Groningen was al voor de bevingen een krimpregio. Hoek: ‘De krimp gaf aanleiding tot een stille revolutie. Mensen gingen onderzoeken hoe ze de samenleving opnieuw konden organiseren. Je ziet hier initiatieven voor coöperaties, herbestemmingen, duurzame ondernemingen. Ik ken iemand die thuis een tuinman heeft, maar wel met veel plezier staat te schoffelen in een collectieve tuin. Het zijn de maat en de schaal van het land die dat doen. Nu rolt het aardbevingscircus eroverheen. Dat stoomt de gebouwen straks in hoog tempo klaar voor de toekomst, maar soupeert daarmee ook de toekomst op die de samenleving zelf aan het uitvinden was, in haar eigen snelheid.’

Tegenzin
Eind vorig jaar bepaalde de rechter dat de NAM te karig was met compensatie voor het door de gaswinning veroorzaakte waardeverlies van vastgoed. De NAM moet meteen uitkeren, niet pas als de woning is verkocht. Inmiddels is de NAM in beroep gegaan.

Met die onmiddellijke compensatie zouden bewoners vrij zijn om hun heil elders te zoeken. Volgens Ivo Lochtenberg is dat een belangrijke voorwaarde om na te denken over de toekomst van de streek. ‘Als je bewust kiest om te blijven geeft dat de energie om mee te helpen aan het opbouwen van een toekomst. Als je voortdurend je vrijheid en je veiligheid moet bevechten is dat heel erg lastig. Menig burger voert die strijd met grote tegenzin. Dat eist zijn tol, sociaal en psychologisch. Je loopt het risico dat mensen moegestreden raken en er alsnog voor kiezen om te wijken.’

Die kans is reëel, nu al. ‘Stel je voor’, zegt Theo Hoek, ‘je hebt een scheur in je pleisterwerk. Je stuukt hem netjes dicht, en kebeng, niet veel later, weer een scheur. Er komt weer iemand van de NAM voorrijden en je treft een regeling. Het is niet levensbedreigend, maar je wil het niet. Het is je huis, je nestje, je hebt er mooie tegeltjes voor uitgezocht. Wij zijn bij Libau ook monumentenwacht. Ik heb eigenaren van monumenten huilend aan mijn bureau gehad, met een aanbieding van de NAM voor schadeherstel in hun hand. Ze wisten niet wat ze ermee aanmoesten. Welke boodschap geeft de NAM af als ze voorstelt om het binnenwerk bijna helemaal te slopen en met staal en beton terug te bouwen? Dat je al die jaren gek was, om zo veel moeite en toewijding in je monument te stoppen. Intussen gaat de overheid door met de winning van relatief grote hoeveelheden gas. Dat is dezelfde overheid die vindt dat juist de mensen in deze regio moeten laten zien hoe je energieneutraal kunt wonen. Ik vind dat bijna pervers.’

Lokale kennis
Als directeur van Libau benadrukt Hoek de ruimtelijke identiteit van de streek. Die bindt mensen aan hun omgeving, die helpt hen te kiezen om te blijven in plaats van te wijken. Dat maakt de opgave ook tot een ontwerpopgave. ‘Ontwerpers kunnen dorpen tegen het licht houden en onderzoeken welke waarden ze vertegenwoordigen. Zij begrijpen ruimtelijke systemen en processen en kunnen die koppelen aan lokale kennis en de lokale samenleving. Dat moet de komende jaren gebeuren. Gebiedsontwikkeling is de moeilijkste opgave, nog moeilijker dan de gebouwen. Het resultaat is niet op voorhand zeker en zelfs het proces niet.

Ontwerpers moeten de lokale onderstroom leren kennen, het sentiment waar de waarderingen op gestoeld zijn. We hebben met een team onder aanvoering van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een paar pilotstudies voor monumenten uitgevoerd. Die maakten veel energie los – ook omdat de bewoners merkten dat zij niet de enigen waren die om hun monumenten geven, dat het mooi is waar ze wonen. Die energie kan je maar eenmalig geven.’

Ivo Lochtenberg heeft al een plan van aanpak klaarliggen. ‘Autonomix’, heet het, gemaakt door een aantal landschapsarchitecten uit de regio, onder wie de oud-DLG’er Wim Boetze. ‘Dat plan gebruikt juist de kennis en kunde van mensen uit de regio om een eigen toekomstbeeld te ontwerpen. We hebben er geen financiering voor gevonden. De provincie wilde niet, andere instituties ook niet.’ Hij noemt dat symptomatisch. ‘Ik zal niet beweren dat er geen visie voor het gebied is. Er is juist heel veel visie. Alders heeft een heldere visie, de Rabobank werkt aan een visie, maar in al die visies is te weinig ruimte voor inbreng van mensen uit de regio zelf. Er wordt vooral gekeken naar bestaande instellingen en instituties die bewoners zouden vertegenwoordigen. Alders zei nadrukkelijk dat bewoners via gemeentes betrokken worden. Die moeten de rol pakken om burgers ruimte te geven. Ik noem dat een arme oplossing. Een traditionele oplossing. Het zelforganiserend vermogen en intellect worden onderschat en onbenut gelaten.’

Schadeafhandeling
Het contact tussen de Overheidsdienst Groningen, waar Alders leiding aan geeft, en de bewoners loopt via vier ‘gebiedsteams’. Daarin werken gemeentes met een vergelijkbare opgave samen; Groningen-stad heeft een eigen team. Het accent ligt in eerste instantie op de enorme bouwopgave. Pas als de schadeafhandeling op orde is, ontstaat er weer ruimte en energie om over de toekomst na te denken, constateert ook de overheid. Het programma ‘Aardbevingsbestendig en kansrijk Groningen’ dat eind 2015 is verschenen, lijkt de opgave in vier pijlers te organiseren: economisch, sociaal, fysiek en energieneutraal. Voor elk daarvan wordt een reeks resultaten en acties geformuleerd. De gebiedsteams brengen die in verband met de lokale opgaven, zoals bouwprioriteiten, verlangens van de woningeigenaren en de lopende woon- en leefbaarheidsprogramma’s die al waren gemaakt vanwege de bevolkingskrimp.

De opgave is onoverzichtelijk groot. Misschien 30.000 woningen die vervangen of verstevigd moeten worden, misschien 150.000. Alle kerken in het gebied zijn beschadigd, plus de meerderheid van de 1500 rijksmonumenten. Stuk voor stuk vereisen ze maatwerk – dat was de belangrijkste conclusie uit de vier RCE-pilots. Dat is alleen nog maar de bouwopgave. Daarmee is de maatschappelijke crisis nog niet opgelost.

Voldoende vertrouwen
Om daar iets aan te doen is het in elk geval zaak om initiatieven uit de samenleving zelf op te zoeken en aan te grijpen. Het uiteenvallen van de Dialoogtafel is ook in dat opzicht een terugslag. Bewoners moeten toegang krijgen tot de kennis en het kapitaal om het initiatief te kunnen nemen in de aanpak van het eigen huis. Ze moeten kunnen kiezen om het heft in eigen handen te nemen of gebruik te maken van de diensten die de NAM en de overheid aanbieden. Maar daarvoor is in de eerste plaats de keuze nodig om te blijven, met andere woorden: voldoende vertrouwen in de toekomst van de leefomgeving.

‘Als wij als bewoners niet kunnen bijdragen aan de zoektocht naar onze toekomst, wordt het lastig om hier aangenaam te blijven wonen’, zegt Lochtenberg. ‘Ik loop iedere dag het risico dat er een balk of een steen op mijn hoofd valt door een volgende beving. Als ik uiteindelijk toch moet wijken, dan heb ik een mooi avontuur gehad met een mooie onderneming, maar is het helaas niet gelukt. Ik zou met bloedend hart vertrekken, ik heb geen idee waar naartoe.’

Opgegeven heeft hij het nog niet. ‘Wij zijn van oudsher goed in het organiseren van werkconferenties en evenementen. Ik wil Groningers meenemen naar plekken in het land waar ook transities aan de gang zijn. Plaatsen waar we iets van kunnen opsteken. En tegelijk wil ik de rest van het land de schoonheid van onze regio laten zien. Zo kunnen we het probleem landelijk maken en eindelijk beweging krijgen in de geïnstitutionaliseerde pavlov-organisaties.’

Groningen kreeg al eind jaren tachtig te maken met aardbevingen. Eerst incidenteel en licht, maar geleidelijk namen het aantal en de frequentie toe. Kor Dwarshuis brengt in deze animatie deze ontwikkeling in beeld.

Reactie schrijven

Commentaren: 0