In het decembernummer

Een van de geselecteerde projecten in het jaarboek 2019: Biblioteca degli Alberi van InsideOutside. Foto Andrea Cherchi

JAARBOEK LANDSCHAPSARCHITECTUUR EN STEDENBOUW 2019

De laatste editie van het jaar is traditiegetrouw  het Blauwe Kamer Jaarboek, de jaarlijkse reflectie op het werk van Nederlandse landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen. De onafhankelijke selectiecommissie onder leiding van voorzitter Joks Janssen koos uit ruim 125 inzendingen 21voorbeeldige projecten. De commissie bestond naast voorzitter Janssen uit stedenbouwkundige Enno Zuidema (MVRDV), architect Eva Pfannes (Ooze) en landschapsarchitect en Blauwe Kamerredacteur Marc Nolden.

 

De selectiecommissie constateert dat het met het vakmanschap wel goed zit. De commissie legde de lat daarom nog wat hoger en selecteerde projecten waarmee ontwerpers het vakgebied en de grote ruimtelijk opgaven een stap verder brengen. Om de comeback van het ruimtelijk ontwerp als geheel een zetje te geven bepleit de commissie aandacht voor een drietal thema’s. Zoals meer kennis van de bodem. Ook roept de commissie de vakwereld op om nu niet te verslappen. Om de schijnbare comeback van de ruimtelijke ordening kracht bij te zetten dienen ontwerpers zich nog meer open te stellen. ‘Ga naar buiten, zoek de mensen op, sluit coalities met partijen die aan de knoppen zitten.’

 

 

EN VERDER...

DE HEDENDAAGSE CAMPUS

Van oudsher is de campus een plek die is ingericht om de student of werkende een omgeving te bieden waar die zich maximaal kan ontplooien. De ontwerpen voor campussen die zijn ingezonden voor dit jaarboek zijn echter losgezongen van die idealen, constateert auteur Lara Voerman. Landschap en gebouwen dienen geen hoger doel als decor van een leer- of werkomgeving. Internationale voorbeelden laten zien dat de maakbare campussamenleving nog niet dood is.

 

 

INTERVIEW MET FLORIS ALKEMADE

Een diepgaand gesprek door Mark Hendriks en Joks Janssen met rijksbouwmeester Floris Alkemade. Hij wordt wel gezien als luis in de pels van de Haagse politiek, maar Alkemade noemt zichzelf liever ombudsman op het gebied van ruimtelijk beleid en bouwen door de overheid. Die rol vervult hij graag met een optimistisch verhaal, in plaats van te focussen op wat alle komende veranderingen ons gaan kosten. Daarbij pleit hij onvermoeibaar voor de verbeeldingskracht van ontwerpers: ‘Door extreme oplossingen te verkennen komen vernieuwende ideeën op tafel.’

 

FOTOREPORTAGE: VERDOZING VAN HET LANDSCHAP

De noodklok is geluid: er moet een einde komen aan de ongebreidelde bouw van de zogenoemde ‘XXL-bedrijfshallen’, een onbedoeld gevolg van ons gedrag thuis, van onze gemakzucht om via internet kleding, speelgoed, gereedschap, huishoudelijke apparatuur en noem maar op te bestellen. Die spullen komen niet uit de lucht vallen. Alle artikelen die wij met enkele muisklikken morgen in huis hebben moeten worden verzameld en opgeslagen in steeds groter wordende distributiecentra. De invloed van onze nog jonge cultuur van online shoppen op de fysieke wereld neemt sluipenderwijs groteske vormen aan. Dat constateerde ook fotograaf Stijn Poelstra toen hij voor dit jaarboek de 200 duizend vierkante meter grote hal van Bol.com bij Waalwijk bezocht. 

 

TERUG VAN WEGGEWEEST: HET JAAROVERZICHT

Een selectie van sleutelmomenten die wel eens de koers van de ontwerpdisciplines kunnen gaan bepalen. 2019 was daarvoor een perfect jaar. Voortdurend werd het nieuws gedomineerd door gebeurtenissen die om een of andere reden de kwaliteit van onze leefomgeving betreffen. Denk aan de stikfstofdiscussie, de publieke debatten in verschillende steden over hoogbouw en het alarmerende rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving over de staat van ons landschap. Met daar tussendoor nog de verschijning van de NOVI en het Klimaatakkoord.

 

COLUMN

Van Christiaan Weijts.

 

Dit nummer verschijnt op 16 december