In het juninummer

 

DOSSIER: WONEN IS EEN RECHT

In ons juninummer staan we uitvoerig stil bij een kwestie die niet meer alleen de vakwereld bezighoudt, maar eindelijk ook de politiek en de samenleving heeft bereikt: de crisis op de woningmarkt. Of positiever gesteld: de woningbouwopgave, de uitdaging om betaalbare, aantrekkelijke, leefbare en duurzame woonomgevingen voor iedereen te maken. In deze laatste omschrijving schuilt direct ook het probleem, want in deze bewoordingen wordt amper nog over het vraagstuk gesproken. De politieke en maatschappelijke discussie over de aanpak van de wooncrisis spitst zich toe op aantallen en tempo maken. Van een kwalitatieve benadering – wonen in samenhang bezien met andere vraagstukken, oog voor transformatie en nieuwe woonvormen, perverse financiële mechanismen doorbreken – is vooralsnog nauwelijks sprake.

 

De symptomen van de crisis zijn genoegzaam bekend. Vooral jongeren en starters (in het sociale en middensegment) hebben op de woningmarkt geen schijn van kans. Diegenen die wel een woning vinden (huur of koop) betalen enorme prijzen voor relatief kleine ruimtes. Zorgwekkend is de schrikbarende toename van het aantal daklozen (van 18.000 in 2009 naar 40.000 in 2020) en de groeiende sociaal-economische kloof tussen huizenbezitters en niet-bezitters – waarover het Britse blad The Economist vorig jaar al de noodklok luidde.

Over de oorzaken wordt veel gespeculeerd, maar wat ons betreft ontstaat een eenzijdige weergave van de problematiek. Velen brengen de complexe materie terug tot een getalsmatig tekort aan woningen en menen dat als we tot 2030 een miljoen huizen bijbouwen alles goed komt. Daardoor ligt de nadruk onterecht op het verhogen van het bouwtempo (door de invoering van fabrieksmatige en geautomatiseerde productiesystemen), het beteugelen van de stikstofcrisis (want een rem op de bouwproductie) en het naderende einde van de coronapandemie (waardoor plannen niet langer vertragen of on hold worden gezet).

 

Door deze simpele voorstelling van zaken wordt voorbij gegaan aan fundamentele mechanismen. Niet alleen voor institutionele beleggers en investeerders, maar ook voor particulieren is de eigen woning tegenwoordig een verdienmodel, een middel om geld te vergaren. Dit idee is verankerd geraakt in onze cultuur, een dominant denkbeeld in onze economie. Die filosofie, die politieke en maatschappelijke opvatting, die cultuur waarin woningbezit heilig is en de woning een speculatieobject, moet doorbroken worden. Om de huidige crisis te bezweren is een omslag noodzakelijk. In mentaliteit, in economisch denken, in politieke visie: wonen moet weer een recht worden, zoals staat beschreven in de Nederlandse grondwet.

 

In dit themadossier gaan we hier dieper op in. Wat zijn nu de ‘echte’ oorzaken van de wooncrisis? Welke aanpakken en strategieën zijn nodig om tot oplossingen te komen en welke rol spelen ontwerpers en het ontwerp?

 

TWEE PROJECTREPORTAGES

In twee reportages duiken we in twee actuele woningbouwprojecten. Allereerst het roemruchte verdichtingsproject Merwede in Utrecht, een plan voor een duurzame, inclusieve en levendige stadswijk waar (zo is het althans bedoeld) veel Utrechters een thuis moeten kunnen vinden. Maar de vrees bestaat dat van deze mooie doelen weinig terechtkomt, omdat achter de schermen commerciele overwegingen en schimmige financiële praktijken de overhand hebben. In dit verhaal onderzoekt auteur Martine Bakker of en hoe vanuit de stedenbouw tegenwicht geboden kan worden tegen de macht van internationale beleggers en vastgoedpartijen? Hoe kan voorkomen worden dat publieke belangen het afleggen tegen commercie en prijsopdrijving? Ze gaat hierover in gesprek met hoofdontwerper Marco Broekman (van bureau BURA), Jurjen van Keulen van de gemeente, criticus Louis Engelman en een woordvoerder van de zeven grondeigenaren.

 

Journalist Kees de Graaf bekijkt de woonagenda's die de provincie Overijssel en 25 gemeenten hebben opgesteld – gebiedsgerichte strategieën voor de woningbouwopgave in West-Overijssel en Twente. Wat doen deze agenda’s? Is er aandacht voor wat de eigenlijke woningbehoefte is? Pakt deze agenda de financiële mechanismen aan? Speelt het in op de schijnbare trek uit de (Rand)stad? Hoe gaat het om met de behoefte van plattelandsjongeren om in het eigen dorp en in de eigen streek een woning te vinden?

 

RONDJE LANGS DE VELDEN

In een groot artikel maken we een rondje langs de velden om te peilen in hoeverre hedendaagse ideeën en ontwerpconcepten - zoals de 15-minuten-stad – hout snijden en kansrijk zijn om het woningbouwvraagstuk in goede banen te leiden. En hebben we nog iets aan onze rijke traditie waarmee we in het verleden de verstedelijking vormgaven (tuinstad, functionele stad, new towns, wijkgedachte, Vinex)? En is de nadruk op verdichting niet soms teveel een doel op zich? Want let wel, er gaan ook stemmen op om buiten de stad te kijken, door nieuwe dorpen te maken, of landschappelijke woonvormen (zeker gezien corona). Maar hoe doen we dat? En waar? Redacteur Hester van Gent peilt de stemming bij stedenbouwkundigen Endry van Velzen, Jeroen Zuidgeest en Jorick Beijer, en de kersverse rijksadviseur Wouter Veldhuis.

 

INTERVIEWS 

In interviews laten we twee experts aan het woord. Met Cody Hochstenbach – geograaf en onderzoeker aan de UvA, en bezig met een boek over de wooncrisis – duiken we achter de schermen van de woningmarkt. Hoe is deze crisis ontstaan? Welke weeffouten zitten er in het beleid en financiële mechanismen? Wat moet volgens hem anders en doorbroken worden?

Met Aedes-voorzitter Martin van Rijn bespreken we hoe de positie van de woningcorporaties versterkt kan worden. Welke rol moeten zij (idealiter) spelen? Hoe worden ze daartoe in staat gesteld? Daarnaast leggen we hem enkele kwesties voor, zoals de eenzijdige focus op de bouw van 1 miljoen woningen, de gebrekkige aandacht voor alternatieve ontwikkelvormen (zoals coöperaties) en in hoeverre de door Aedes geïnitieerde Actieagenda het verschil kan gaan maken.

 

BRIEVEN AAN DE MINISTER

Vijf ontwerpers maken van hun hart geen moordkuil en laten in een persoonlijke brief weten wat zij van een nieuwe minister van wonen (of leefomgeving, of ruimtelijke ordening) verwachten om een einde te kunnen maken aan de woningcrisis. In een persoonlijk schrijven zetten stedenbouwkundige Henk Hartzema, Wouter Pocornie (die zich bezighoudt met de  woonbehoeften in Amsterdam Zuidoost), architect en BNA-voorzitter Nathalie de Vries, stedenbouwhoofd aan de Rotterdamse Academie van Bouwkunst Thijs van Spaandonk en landschapsarchitect Annemieke Fontein (die namens de gemeente Rotterdam elke dag aan woonomgevingen werkt) hun visies uiteen.

 

FOTO-ESSAY

In een beeldverhaal aandacht voor het idee dat een deel van de oplossing besloten ligt op de vele vakantieparken en in het arsenaal aan tweede woningen. Dit is tweeledig: laat mensen die er noodgedwongen wonen hun gang gaan en bereidt de weg voor mensen die uit eigen beweging hun intrek willen nemen op zo’n park of in hun tweede vakantiehuis.

Fotograaf Ruben Dario Kleimeer legt vast hoe mensen daar leven. Wat betekent het wonen op zo’n park voor hen? Hoe kijken zij naar woonkwaliteit? De serie portretteert het park en de bewoners, maar laat tegelijkertijd een sluimerende ontwerpopgave zien: als deze parken permanente woonomgevingen worden dienen zich inrichtvraagstukken aan, met betrekking tot mobiliteit, openbare ruimte, duurzaamheid en voorzieningen.

 

VOORBEELDPROJECTEN

Tot slot vier korte verhalen over onderwerpen die hoe dan ook onderdeel moeten zijn van de woningbouwaanpak, zoals de potentie van alternatieve ontwikkelvormen, transformatie van bestaande gebouwen, de discussie over hoogbouw versus middelhoogbouw en het stimuleren van doorstroming van senioren.

 

 

EN VERDER...

EEN REPORTAGE OVER DE BOSSENSTRATEGIE

Door Sofia Opfer

 

EEN PORTRET VAN STEDENBOUWKUNDIGE TESS BROEKMANS

Door Marieke Berkers

 

PLANKRITIEKEN OVER DE GROENE LOPER IN MAASTRICHT EN KLIMAATSTRATEN IN APELDOORN

Door Engeli Kummeling en Annemiek Wiggers

 

COLUMNS

Van Sander de Knegt en Arjan Harbers. 

 

Dit nummer verschijnt 25 juni.