Fietstocht door Amerika’s autohoofdstad Detroit

Amerika’s centrum van de auto-industrie is failliet. Verlaten huizen waar de bomen uit de veranda’s groeien, roedels levensgevaarlijke honden en dakloze zwervers en uitgebrande auto’s bepalen het straatbeeld. In heel Detroit? Madelief ter Braak doorkruiste de stad op de fiets en zag het andere gezicht van Detroit.

Tekst en foto Madelief ter Braak

Gespierde Latino’s op rollerskates rollen grasmaaiers voor zich uit. In de groene buitenwijk Grosse Pointes vind je landhuizen in een allegaartje van neoklassieke bouwstijlen, met BMW’s en Mercedessen voor de deur. De oevers van Lake St. Clair zijn bezaaid met boot-, golf, en paardenclubs. Waar zijn de zwerfhonden, de uitgebrande auto’s en ruïnes, Detroit was toch een verlaten en failliete stad?

 

De ramptoerist die verder kijkt dan 8 Mile Road, de noordelijke scheidingslijn tussen het arme – overwegend zwarte Detroit en de rijkere, vooral witte suburbs, komt bedrogen uit. Hier groeien geen bomen uit huizen en liggen geen wasmachines op straat. Wel worden garage sales gehouden op keurig gemaaide gazons. Slechts op enkele kilometers van decentrale stad Detroit, de moordhoofdstad van de Verenigde Staten, wordt het straatbeeld bepaald door goed onderhouden veranda’s en wappert overal de Amerikaanse vlag.

 

In de ruim honderd steden en woonwijken rondom de stad Detroit wonen en werken zo’n 3,5 miljoen mensen. Tegenover maar ruim 700.000 in Detroit zelf. In deze suburbs, sinds de jaren dertig ontstaan als slaapsteden van de autostad, is de criminaliteit veel lager, evenals de werkeloosheid. Tijd om het de metropolitane gebied beter te verkennen. Niet vanuit de veilige omgeving van de auto, maar op de fiets.

 

Verweesde winkelwagentjes

Mijn tocht begint in Livonia, de belichaming van de American Dream. In deze witte wereld heeft iedereen een eigen huis en tuin, hoe klein misschien ook. De ellende van Detroit lijkt heel ver weg – welkom in suburbia. Een paradijs, waar het shopping centrum niet voor niets de Wonderland Village heet – inclusief blinde muren, beveiligingscamera’s en verweesde winkelwagentjes op de reusachtige parkeerplaats.

 

Je hoeft niet bang te zijn dat je hier verdwaalt, zolang je tenminste op de hoofdwegen blijft. Het grid houdt je altijd op het rechte pad. Lastig is het wel om als fietser of voetganger de freeways over te steken – daarvoor is deze stad niet gebouwd. De auto is de maat van alle dingen; bijna elke familie heeft wel iemand die bij General Motors, Ford of Chrysler werkt – of werkte. Langs de highways zie je overal tweedehandsautodealers, drive-inbanken en handelaren in auto-onderdelen.

Het keurige bord met Welcome to City of Southfield betekent opgelucht ademhalen voor elke fietser zonder helm of kogelvrij vest. Ik was per ongeluk in Detroit beland, uit de koers geraakt doordat ik op een drukke highway steeds achterom moest kijken of er niemand met een rotgang rechtsaf de afrit wilde nemen. Het olifantenpaadje achter de vangrail werd namelijk te smal voor de fiets. Maar nu ik de 8 Mile Road ben gepasseerd zie ik geen afval, maar bloemen in de berm. En er is weer een voetpad, dat overigens abrupt eindigt bij de uitrit van een fastfoodrestaurant.

 

Giganten

Vijf glazen wolkenkrabbers zijn een indicatie voor Southfields florerende kantorenmarkt. Hier zijn giganten gevestigd als IBM en Guardian Burglar Alarm. Onder het mom van de vooruitgang worden in deze stad oude kantoren gesloopt, en ligt er zelfs een plan klaar om het centrum geschikt te maken voor de voetganger. Rondom het ziekenhuis is net nieuw asfalt aangelegd. Bushaltes zijn van bankjes en prullenbakken voorzien. ‘Roadside Pride’, staat er op groene bordjes te lezen: ‘Don’t litter your street, keep your community clean.’

 

De overgang tussen Detroit en de omliggende suburbs, maar ook tussen de verschillende suburbs onderling, is enorm. Elke stad of wijk – hier township geheten – heeft zijn eigen bestuur, heeft zijn eigen belastingen, heeft zijn eigen economie. De auto-industrie is nog steeds de grootste werkgever in Metro Detroit, maar bevindt zich met name in Dearborn. In de regio is de gezondheidszorg de grootste werkgever na de auto-industrie. Ook de technologiesector doet het goed, zie ik als ik langs de klinische gebouwen van Lawrence Technological University fiets. Er is dus wel werk, maar gewoon lang niet overal.

 

Als ik langs een gated community fiets zie ik aan de poort gekleurde ballonnetjes hangen: ‘Step in today!’

 

R&B klinkt hier in Dearborn uit blinkend zwarte Range Rovers, terwijl in Livonia nog country schalde uit stilstaande trucks. Waar de bevolking van de suburbs grotendeels blank is, is de overgrote meerderheid in Southfield van Afro-Amerikaanse afkomst. Na de ‘witte vlucht’ in de jaren vijftig en zestig, verlieten ruim 100.000 zwarte Detroiters de stad – vooral de beter opgeleide zwarte middenklasse. Zij trokken naar de aangrenzende steden zonder corruptie en dalende vastgoedwaarde. Of je nu wit of zwart bent, iedereen vlucht naar veiliger oorden, merk ik als ik langs een gated community fiets. Aan de poort hangen gekleurde ballonnetjes: ‘Step in today!’

Mijn volgende stop is Ferndale, bekend vanwege de eerste homoseksuele burgemeester van Michigan. Het is net alsof je van zwart-wit naar kleurentelevisie zapt. Aan West Nine Mile Road is de historiserende straatverlichting behangen met bloemetjes. Overal piepen hipsters met buggy’s de vele koffietentjes uit en biosupermarkten in. Gele fietsenrekken genoeg en om de paar meter informeert een bord over de architectuur, een kunstproject, of gewoon een leuke wetenswaardigheid. Even waan ik me in Disneyland.

 

‘The Rust Belt Market’ heeft een vintage winkel, op de hoek met Woodward, de avenue die rechtstreeks naar downtown Detroit leidt. Die naam is misschien ironisch, maar de gevolgen van crisis in de auto-industrie liggen hier letterlijk op straat. Een monument herinnert aan de jonge Aziaat die in 1982 werd doodgeslagen met een honkbalknuppel, zogenaamd schuldig aan de globalisering van de auto-industrie. Deze stad worstelt met meer sociale trauma’s dan een felgekleurde regenboogvlag, symbool van homotolerantie, doet vermoeden.

 

Verdiepte snelweg

‘Homeless and hungry’, staat er op het bord dat een oorlogsveteraan omhoog houdt bij de uitrit vanaf 8 Mile Road. Ik ben slechts anderhalve kilometer zuidelijker gefietst, maar zo abrupt zijn de verschillen hier soms. De grens tussen Ferndale en Detroit is een verdiepte snelweg, met aan weerszijden budgetwinkels. Toch is dat niet exclusief voor Detroit. Ook in de zuidelijke suburbs vind je avenues met uitgebrande pakhuizen, smoezelige motels en heel veel bordjes met ‘For sale’ of ‘For rent’. Dat de situatie niet hopeloos is, toont de gigantische supermarkt Meijer aan de overkant van 8 Mile Road, het eerste grote concern dat zich sinds 35 jaar in Detroit vestigde.

 

Tijdens mij tocht kom ik pas na een paar uur voor het eerst een andere fietser tegen. Fietsen schept een band, zowel binnen als buiten Detroit. Vanaf haar werk naar huis fietst ze langs de zeer rijke Detroitse enclaves Sherwood Village en Palmer Woods. En ik fiets een stukje met haar mee. Hier zien we een hele bende bereden politie die klaarblijkelijk zorgt voor een gevoel van veiligheid. Net voordat ze afslaat naar Highland Park, geeft ze me nog een waarschuwing mee: ‘You’d better watch your back. You being a white girl, with your accent and all.’

 

Wit en zwart – zwart en wit – allemaal hebben ze hier hun eigen plek. In Dearborn is er een grote Arabische minderheid, Joden zitten in Royal Oak. In Wyandotte woont een grote Poolse gemeenschap, te herkennen aan mini-kappelletjes in de voortuin, in de achtertuin een verdwaald Mariabeeld. Op bijna elke hoek vind je hier een kerk – doopsgezind, rooms-katholiek, sommige worden met sluiting bedreigd. Ook in Wyandotte is veel leegstand, maar de gemeente voert daar een actief beleid om oude gebouwen te slopen, en laat nieuwe families met een lager inkomen hun een eigen huis bouwen op een kleiner perceel. Langs kaarsrechte straten staan bungalows en gelijkvloerse huizen met houten veranda’s in allerlei soorten en maten.

 

Met de bus ben je uren onderweg. De auto – gemiddeld twaalf jaar oud – is het enige alternatief. Leve de auto!

 

Driftig blijf ik doortrappen langs Woodward Avenue, waar vroeger een elektrische tram de slaapsteden met downtown verbond. Van een functionerend openbaarvervoerstelsel is inmiddels geen sprake meer, al liggen er plannen voor een lightrail. De groene en gele bussen van de Detroit Department of Transportation (DDOT) rijden alleen binnen de grenzen van Detroit, en de rode en oranje bussen van concurrent SMART hebben juist in de suburbs het alleenrecht. Beide systemen sluiten niet of nauwelijks op elkaar aan. Van Livonia naar Detroit moet je meermaals overstappen en ben je uren onderweg. De auto – gemiddeld twaalf jaar oud in Michigan – is het enige alternatief. Leve de auto!

 

Na uren fietsen, kijk ik bij aankomst in downtown Detroit verdwaasd om me heen. Zo veel steden, zo veel suburbs – het voelt als een minireis door Amerika – waar de welvaart geïsoleerd gelokaliseerd is, even bereikbaar als het zwembad van een gated community. Dergelijke segregatie kan niet goed zijn voor een samenleving. Iconen van rijkdom en grote armoede bevinden zich in deze metropool naast elkaar. De kansen die er misschien zijn – zoals metropool als health city met Detroit-stad als nieuw Central Park – kunnen pas worden benut als er een visie komt op het hele gebied. En dat gebeurt niet zolang een honkbal- of footballwedstrijd van de Detroit Tigers of Detroit Lions de enige reden blijft om af te reizen naar Detroit.

 

Vooroordelen

In de auto zou me veel ellende zijn bespaard. Het blik dempt de grootste sociale verschillen, veilig achter glas immuun voor de sfeer van wantrouwen. Met de automatische vergrendeling hoef je ook niet te worden geconfronteerd met de ander die je op je vooroordelen wijst.

Dromen over de redding van Detroit, is eerst dromen over het omkeren van de giftige trend van witte en zwarte vlucht naar suburbia. Een man in een invalidenautootje ziet mijn verwarring en vraagt of ik soms wil oversteken. Nog voordat ik in gedachten mijn autoraampje sluit, stapt hij uit en brengt me naar de overkant. ‘High five, You’re welcome baby.’