Blijf ontwerpen aan het landschap

Droogmakerij De Beemster.

 

In januari startte Natuurmonumenten een campagne voor de bescherming van het Nederlandse landschap. Landschapsarchitect Ben Kuipers, kersvers voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Tuin- en Landschapsarchitecten (NVTL) prijst het initiatief, maar plaatst ook enkele kanttekeningen.

 

Door: Ben Kuipers

 

Veel mensen maken zich zorgen over de degradatie van het Nederlandse landschap. Als grootste oorzaak hiervan wordt vaak het terugtreden van de (rijks)overheid als hoeder van het landschap genoemd. Daardoor worden schaalvergroting in de landbouw en claims vanuit infrastructuur, stedelijke ontwikkeling en energiewinning slecht begeleid. Natuurmonumenten startte begin dit jaar een debat over de kwaliteit van het landschap buiten de eigen terreinen. Hun belangrijkste boodschap: landschap vraagt om burgerbeweging. De campagne van Natuurmonumenten sluit goed aan op actuele discussies over wel of niet bouwen aan de kust, de verkiezing van het mooiste natuurgebied van Nederland en de balans tussen wildernis en natuurtoerisme in de Oostvaardersplassen. Er is genoeg reden voor allen die begaan zijn met ons landschap om dit initiatief te ondersteunen en de petitie te ondertekenen.

Op streekconferenties die Natuurmonumenten organiseerde zijn oplossingen verzameld om het landschapsbescherming beter vorm te geven. De voorstellen variëren van het instellen van een landschapsfonds voor landschapsinrichting en het verdelen van het land in drie zones – natuur, landbouw en menggebied – tot het opzetten van een organisatie voor de bescherming van historische landschappen en het aanbieden van meer natuuronderwijs. Deze ideeën zijn opgenomen in een zogenoemd 'aanvalsplan' waarin de nadruk vooral ligt op het behoud en het herstel van kleinschalige en 'authentieke’ landschappen, zoals we die kennen in de Achterhoek en Zuid-Limburg. Daarmee wordt geen recht gedaan aan ons sterk gedifferentieerde cultuurlandschap, waar ook de droogmakerijen, de Maasvlakte en snelwegpanorama’s deel van uitmaken. De opgave is wat mij betreft veel breder – het gaat erom héél het land mooi te houden en waar mogelijk aantrekkelijker te maken. 

 

Het Nederlandse landschap is voortdurend in verandering. Het wordt aangepast en veranderd op basis van nieuwe inzichten en technische mogelijkheden, om tegemoet te komen aan de noden van de tijd. Ook nu staat het landschap voor grote opgaven, zoals bodemdaling, de stijging van het water, het voeden van een groeiende wereldbevolking en het duurzaam opwekken van energie. Dit is een ontwerp- en planningsopgave van formaat, aldus de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur. In het advies ‘Verbindend Landschap’ roept de raad op om voort te bouwen op de eeuwenoude traditie van vormgeven aan het landschap.

 

Het is een doemscenario om het landschap nu op te knippen in definitief opgegeven en definitief gekoesterde compartimenten. Met naast elkaar gebieden voor energiewinning, voedselproductie, waterberging en transport, zonder schoonheid en zonder onderlinge samenhang, slechts gecompenseerd door enkele ‘authentieke landschappen’ als openluchtmusea. Een adequate aanpak van grote ruimtelijke opgaven vereist een goed ontworpen en samenhangend landschap, waarin alle benodigde functies een plek en vorm krijgen. Het rijk wil dan wel geen regisseur meer zijn, recent presenteerden de ministers Schultz en Bussemaker wel de Actieagenda Architectuur en Ruimtelijk Ontwerp (AARO). De titel van deze agenda is ‘Samen werken aan ontwerpkracht’ en biedt prachtige condities voor een gewetensvolle en uitgebalanceerde ontwikkeling van het landschap.

 

Mijn oproep aan Natuurmonumenten is om hierop voort te bouwen en een begin te maken met een gestructureerde en brede aanpak van maatschappelijke vraagstukken, waarin het landschap centraal staat. Dan zal er sprake zijn van een 'levend' landschap, dat de economische activiteiten faciliteert en beleefbaar maakt, verbonden met het rijke verleden. Waar naast ruimte voor ontwikkeling ook ruimte is voor behoud van dierbaar erfgoed. Koesteren is immers, zoals ook Natuurmonumenten onderschrijft, meer dan alleen behouden. Het is de liefdevolle benadering van waaruit het landschap zich kan blijven ontwikkelen.

 

In de ontwerpwereld is al veel ervaring opgedaan met nieuwe vormen van samenwerking en participatie. De Landschapstriënnale in september in de Haarlemmermeer biedt een platform voor burgers, overheden en experts om met elkaar het hoognodige debat te voeren over hoe we gezamenlijk vorm  geven aan het landschap van onze kinderen. Ik hoop dat velen zullen deelnemen: om de schoonheid van het gehele landschap.

Reactie schrijven

Berichten: 0