Oud-columnist Willem van Toorn overleden

Afgelopen vrijdag overleed schrijver en vertaler Willem van Toorn. Jarenlang was hij columnist voor Blauwe Kamer. Op de laatste pagina deelde hij met scherpe pen zijn beschouwingen op, en vooral zijn zorgen over de ruimtelijke inrichting van steden en landschappen.

 

Het landschap, en met name de teloorgang ervan, was een terugkerend thema in zijn oeuvre.  In de jaren 80 en 90 schreef hij veel over de dijkverzwaringen in de Betuwe, niet toevallig het landschap van zijn jeugd en waar zijn autobiografische debuut zich afspeelde. In het in 2007 verschenen boek Projekt Nederland hekelt Van Toorn de ongebreidelde verstedelijking. De bouw van talloze shopping centers, recreatieparken, woonwijken, 'nieuwe landgoederen' en bedrijventerreinen - leidt dit alles, zo vroeg hij zich af, tot landschappen die we echt willen? Het boekje, dat Van Toorn maakte met fotograaf Theo Baart, was een poging om het debat over de schaarse ruimte in een stroomversnelling te brengen.

 

Zijn laatste column voor Blauwe Kamer uit 2015 ging ook over Theo Baart, de fotograaf met wie van Toorn graag door het land trok. De schrijver kon genieten van de wijze waarop Baart het kijken naar het Hollandse landschap tot kunst had verheven. Want kijken naar landschappen, zo schreef Van Toorn, lijkt lang niet aan iedereen besteed. Onbegrijpelijk, vond ie dat. Alsof mensen hun omgeving, stad of platteland, gebruiken zoals je je bedient van een wegwerpartikel waar je geen enkele relatie mee ontwikkelt. Terwijl je gevoel voor plekken en betekenis opdoet doordat iets of iemand je leert kijken. Voor Van Toorn was dat zijn vader die tijdens fietstochtjes door het rivierengebied bij een dijk, populier of uiteraard uitriep: 'Hier fiets je zo de hemel in.'

 

Willem van Toorn werd 88 jaar. Een dag voor zijn overlijden zouden zijn laatste werken worden gepresenteerd, een vertaling van brieven van Franz Kafka onder de titel Ik moet u zo ontzettend veel schrijven, en een boek over Kafka, Kafka voor beginners.