In het decembernummer

Een van de geselecteerde projecten: Little C in Rotterdam, een ontwerp van Culd, Inbo en Ruud-Jan Kokke. Foto: Ossip van Duivenbode

JAARBOEK LANDSCHAPSARCHITECTUUR EN STEDENBOUW 2021

De laatste editie van het jaar is traditiegetrouw het Blauwe Kamer Jaarboek, de jaarlijkse reflectie op het werk van Nederlandse landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen. De onafhankelijke selectiecommissie onder leiding van voorzitter Esther Agricola koos uit 104 inzendingen 23 voorbeeldige projecten. De commissie bestond verder uit stedenbouwkundige Miranda Reitsma, de landschapsarchitecten Paul Achterberg en Claire Laeremans en architect Dingemans Deijs.

 

De selectie is in algemene zin gebaseerd op 1. originaliteit en vernieuwing; 2. betekenis en relevantie in het licht van actuele opgaven en tendensen; 3. vakmanschap en voorbeeldigheid.

De selectiecommissie benadrukt dat zij het jaarboek vooral ziet als een thermometer, als een meetlat, als een middel om het gesprek over ontwerpkwaliteit te kunnen voeren. Dat betekent dat de commissie niet per se voor de allerbeste projecten is gegaan, maar met de keuze voor voorbeeldig en betekenisvol ontwerpwerk het debat over de stand van het vak wil entameren. Anders gesteld, via de 23 gekozen projecten wil de commissie harde noten kraken. Hoe zijn we als ontwerpdisciplines bezig? Zien we voorbodes van beloftevolle aanpakken of constateren we knelpunten en spanningen? Vangen we een glimp op van de transities waarvoor we staan, en of beide vakgebieden daarin vooroplopen?

 

De projecten zijn onderverdeeld in 5 themablokken.

1. Hand van de meester

In dit blok vier projecten die – als we het simpel verwoorden – uitblinken in schoonheid. Juist omdat ze de wetten van een goed stedenbouwkundig en landschapsarchitectonisch ontwerp in acht hebben genomen, en daardoor getuigen van goed vakmanschap. De projecten tonen een rijk palet van een fijnzinnig openbareruimteontwerp tot een esthetisch stedenbouwkundig ensemble tot een landschappelijk ingepaste infrastructuur. Een vreemde eend in de bijt is het cultuurhistorisch onderzoek voor het Central Innovation District in Den Haag. Daarmee geeft de selectiecommissie een duidelijke boodschap af: om te komen tot een goed ontwerp, is kennis van en grip op de historische context noodzakelijk.

 

2. Voor de mensen

Dit themablok staat in het teken van misschien wel de belangrijkste boodschap die de selectiecommissie uit wil dragen. Dat ruimtelijk ontwerp uiteindelijk draait om het maken leefomgevingen, waar mensen zich veilig en prettig wanen, waar uiteenlopende mensen een thuis vinden, waar ontmoeting en interactie gestimuleerd wordt, en bewoners toegang hebben tot uiteenlopende voorzieningen. Het is opvallend dat deze projecten dus niet gaan over het toevoegen van bebouwing, maar om het scheppen van ruimte.

 

3. Voorbeeldige verdichting

Ondanks de teleurstelling over veel van de stedelijke verdichtingsprojecten, bevat dit blok vier projecten die zich aan de malheur onttrekken. Juist omdat zij (opvallend genoeg op een relatief kleine schaal) de ambities op het vlak van functiemenging, alternatieve mobiliteitsconcepten, gemeenschapsvorming, vergroening en verduurzaming lijken waar te maken. Bovenal tonen deze projecten – met name Little C en Zoho – een glimp van de nieuwe stedenbouw- en architectuurtypologieën die we nodig hebben om de enorme verdichtingsopgave tot een goed einde te brengen.

 

4. Red de planeet

Het is al jaren een terugkerend onderdeel in de jaarboekenreeks: de rol die ontwerp en planning spelen in de aanpak van wat we inmiddels wel een klimaatcrisis mogen noemen. Lange tijd was het preken voor eigen parochie – alleen in de vakwereld waren we ervan overtuigd dat ruimtelijke inrichting een sleutelrol heeft in het klimaatbestendig maken van onze steden en landschappen. Maar de laatste tijd – en zeker na de alarmerende boodschap van het laatste klimaatrapport van het IPCC – lijkt ook de buitenwacht ervan overtuigd dat een andere en betere inrichting noodzakelijk is om Nederland klaar te stomen voor de toekomst. Niet alleen om daarmee ruimte te maken voor de hoognodige winning van hernieuwbare energie, maar ook om het stijgende water de ruimte te geven (en vast te houden in tijden van droogte), de landbouw te hervormen tot een circulaire en natuurinclusieve bedrijfstak en de noodlijdende biodiversiteit te herstellen. Dat we daarbij teruggrijpen op natuurlijke systemen, maar technologische innovaties niet schuwen blijkt wel uit vijf voor dit blok gekozen projecten.

 

5. Bijzondere plekken

Met dit blok nog iets compleets anders: vier atypische plekken die door krachtige en sprekende ontwerpingrepen een bestemming werden, een verblijfsplek, een identiteit.

 

DRIE REPORTAGES

De commissie is enigszins geschokt door de kwaliteit van het kaartmateriaal en de ontwerptekeningen in de inzendingen. Waar is het ambacht van het precies en mooi tekenen? Waarom al die ‘zuurstokkleuren’? Komt het door digitalisering, of is het een teken van onzekerheid? Wat zegt dit over hoe we als vakgebieden communiceren? Hebben we te weinig tijd, zijn we te druk en haastig, werken we te snel? Auteur Isabel van Lent gaat op zoek naar antwoorden.

 

Met het pleidooi voor meer visie en het belang dat de commissie hecht aan het bewaken van de lange ontwikkelingslijnen in de stad, duikt journalist Hans Fuchs in twee verschillende strategieen om aan de stad te werken. Rotterdam met de 7 stadsprojecten en Utrecht met de dit jaar gelanceerde ruimtelijke strategie (waarin zij de methode van de ‘pixelkaart’ en ‘barcode’ introduceren).

 

Steeds vaker klinkt de vraag hoe toegankelijk beide vakgebieden zijn voor mensen met andere achtergronden, om als vakgemeenschap een beter begrip te krijgen van de uiteenlopende personages en groepen die zich in de publieke ruimte bewegen en voor wie zij 'inclusieve steden willen maken'. Madelief ter Braak gaat met vakgenoten in gesprek over dit 'uiterst gevoelige onderwerp', dat niet alleen gaat over geslacht, leeftijd of etniciteit, maar ook om wat we vroeger klassen noemden – opleidingsniveau, culturele achtergrond, inkomen.

 

INTERVIEW MET TON SCHAAP

Stedenbouwkundige Ton Schaap werkte 40 jaar aan de stad Amsterdam. Nu hij met pensioen is blikken redacteuren Marieke Berkers en Mark Hendriks terug op zijn carrière, de staat van de stedenbouw en het belang van sterke gemeentelijke diensten. Ook spreken ze met hem over thema’s die de selectiecommissie van belang acht: de matige kwaliteit van verdichtingsplannen, de eenzijdige blik op de woningbouwopgave en het schijnbare gebrek aan sociaal engagement.

 

DE KUSTLIJN VAN DE TOEKOMST

Experts zijn het erover eens dat als de temperatuur blijft stijgen, de poolkappen verder smelten en de permafrost ontdooit, het stijgen van de zeespiegel niet bij een paar meter ophoudt. Een nieuwe kust komt dan ineens erg dichtbij. Maar waar komt deze nieuwe kust te liggen en wie wonen er straks aan zee? Kunstenaar Michael Rhebergen reisde langs deze kustlijn van de toekomsten maakte een fraaie fotoserie.

 

COLUMNS

Van Arjan Harbers en Sander de Knegt.

 

Deze jaarboekeditie wordt gepresenteerd op 11 december. Meer info volgt.