Over de renovatie van het Binnenhof is al veel gezegd. Het ontwerp zou ‘megalomaan’ zijn en de bouwkosten blijven maar oplopen. Minder gaat het over de buitenruimtes, terwijl juist daar straks hordes mensen over de stenen drentelen. Met subtiele ingrepen en aandacht voor de rijke historie wil Karres en Brands het hart van onze democratie openbaar, praktisch én veilig maken.
Tekst Afke Laarakker
‘Alle kinderen komen tenminste één keer in hun schoolcarrière in de Tweede Kamer op bezoek’, zegt David Kloet, landschapsarchitect en partner bij bureau Karres en Brands. ‘Daarnaast trekt het Binnenhof dagjesmensen, buitenlandse toeristen en flanerende Hagenezen. Geen plek in Nederland is daarmee zó publiek als het parlement. Daarmee is “publieke toegankelijkheid” meer dan het regelen van bezoekersstromen. Het staat ook symbool voor de toegankelijkheid
van de Nederlandse democratie.’
Dat is balanceren, want die openbaarheid is kwetsbaar, zegt collega Sylvia Karres – samen met Kloet verantwoordelijk voor het ontwerp van de publieke ruimtes op en rondom het Binnenhof. ‘We hebben niet alleen de opdracht om het Binnenhof zo toegankelijk mogelijk te houden voor “het
volk”. Ons ontwerp moet ook de veiligheid van politici en bezoekers garanderen. En dan het liefst zo onzichtbaar mogelijk, zodat het historisch erfgoed beeldbepalend blijft.’ Het ontwerp voor de publieke ruimtes moest dus een gulden middenweg worden tussen openbaar en veilig, zichtbaar en
onzichtbaar, toegankelijk en respectvol naar de historie. En o ja, het moet ook een beetje fotogeniek zijn, want de openbare ruimtes komen dagelijks op tv.
Dit was overigens niet de opgave waar Kloet en Karres zeven jaar geleden mee begonnen. Destijds formuleerde toenmalig rijksbouwmeester Floris Alkemade de oorspronkelijke opdracht als ‘stenen eruit en slimmer er weer in’. Omdat de bestratingen er voor de aanleg van bouwplaatsen toch uit
moesten, zo redeneerde hij, kun je ze daarna op een betere manier terugleggen. In de loop van de jaren breidde de opgave zich uit. En dus ontwerpt Karres en Brands behalve de pleinen
rondom de grafelijke zalen, een nieuwe gracht met brug, een publieksplein voor de entree van de Tweede Kamer, een nieuwe kade voor de Hofvijver en enkele binnentuinen.
Koninklijke koets
Voor het ontwerp van de bestrating rondom de grafelijke zalen lieten de ontwerpers zich inspireren door de situatie in de late middeleeuwen. Tussen grofweg de 13e en de 16e eeuw had het Binnenhof een voor- en achterplein met elk een eigen karakter. Het voorplein was statig, het achterplein bestond uit groene hoven. Die verschillende sferen worden weer geaccentueerd.
Op het voorplein komt de fontein terug waar die oorspronkelijk stond: in het midden van het zogenoemde Opperhof. Diagonale lijnen in de bestrating benadrukken de symmetrie.
Verder zorgt de ‘afvlakking van het maaiveld’ dat de trap naar de Ridderzaal zijn oorspronkelijke opbouw terugkrijgt. Het plein liep een beetje op, waardoor de onderste treden waren verdwenen. Met de twee extra treden wordt de trap straks hoger en statiger.
Daarnaast lost die vlakkere bestrating praktische problemen op. Afwatering wordt beter gereguleerd, en ook het parkeerprobleem van de koninklijke koets is hopelijk opgelost. Kloet: ‘Waar de koets en paarden halthielden, liep het een beetje schuin. Daardoor rolde de koets langzaam door. De oplossing tot nu toe: snel houten blokjes plaatsen om te voorkomen dat de koets de paarden naar voren duwt.’
Morsig entreetje
De stenen in de pleinen aan de achterzijde volgen elk een ander patroon. ‘In de voormalige Gravinnentuinen komt een blokachtig verband, dat lijkt op de indeling van de kruidentuinen’, legt
Kloet uit. ‘De stenen die door de poorten lopen volgen een oude diagonale rooilijn. Het zijn subtiele ingrepen. Misschien begrijpen bezoekers pas na een rondleiding waarom elk plein na de regen op een andere manier schittert.’
Een hellingbaan accentueert een nieuwe toegang tot de Ridderzaal. Over de breedte van het hellende vlak komt een flauwe trap met zitbanken, zonder hekjes die de aandacht van de historische gevels afleiden. Die nieuwe entree vervangt het ‘morsig entreetje’, zoals Sylvia Karres de voormalige toegang noemt. ‘Het plein draait om die transparantie, dus zonder verstopte hoekjes.’ Hier komen zowel bezoekers als politici. Soms naderen ze elkaar zo dicht dat ze elkaar ontmoeten, en dat is bijzonder. Karres: ‘Ze hadden ook kunnen zeggen: we sluiten het af.
Maar, hoewel het de plek kwetsbaar maakt, vinden politici het belangrijk dat het openbaar blijft.’
De meeste veiligheidsmaatregelen blijven geheim en onzichtbaar, op de nieuwe gracht aan de Buitenhofzijde na. De vergelijking met een slotgracht is snel gemaakt, ook vanwege de nieuwe brug die over de gracht loopt. De brug – die Karres en Brands ontwierp met architect Evelyne Merkx
– bestaat uit drie delen: een middenbaan voor auto’s, twee buitenste stroken voor voetgangers en fietsers. Een andere aanleiding voor de gracht had te maken met de wens van de Raad van State om de kelderverdieping in gebruik te nemen als kantoorruimtes.
Doordat het water lager ligt dan het huidige maaiveld, komt daglicht beter deze vertrekken binnen. Daarbij had de gemeente Den Haag al langer de wens om de historische situatie terug te brengen: op oude tekeningen is te zien dat het Binnenhof ooit omringd was door water.
Glazenwassers en brandweer
Welke vorm de gracht precies had of wat de materialen waren, lieten historische tekeningen niet exact zien. Toch zoeken de ontwerpers naar een uitstraling die past bij het historische karakter, zegt Karres. ‘We gebruiken handvorm bakstenen voor de kademuur. Die hebben groeven, ronde
bovenhoeken en scherpe lijnen aan de onderzijde. Zo zie je dat de vorm er handmatig in geslagen is.’
Het derde publieke plein dat is aangepakt, is het plein op de Hofplaats. Dit is het plein waar schoolklassen zich verzamelen om de Tweede Kamer binnen te gaan, demonstranten de aandacht
van politici trekken en het Haagse winkelpubliek dagelijks in grote getale voorbij struint. Het plein ligt direct naast de vleugel die de Architekten Cie in de jaren 90 ontwierp. Ook op dit bescheiden plein komt veel samen. In het midden een glazen entreegebouw voor bezoekers aan de Tweede Kamer. Daarvoor komen lange plantvakken met zitbanken die het plein een groene uitstraling geven én als barricade de entree beschermen.
Maar dat is niet alles. ‘Dit plein vormt de achtergrond voor het journaal, de NOS studio zit er tegenover. Dus 18 miljoen mensen kijken mee’, glimlacht Kloet. Heeft dat gevolgen voor het ontwerp? Kloet laat een render zien, vanuit het perspectief van de televisiestudio. ‘We ontwerpen een heleboel wat we niet zichtbaar willen hebben, zoals de ruimte voor glazenwassers, de
brandweer en de vrachtwagen van de beheerder.’ Karres: ‘De fysieke ruimte op de Hofplaats is beperkt en we willen niet dat het door alle gebruiks- en veiligheidseisen een heel ander imago
krijgt.’ Ook dit plein moet openbaar én veilig én praktisch zijn, zonder dat er al te veel verandert, besluit ze. ‘We zitten met een bestaande situatie die waardevol wordt geacht. De extra laag die wij toevoegen aan de geschiedenis van dit gebouw is de afleesbaarheid van wat er al was.’
Dit artikel verscheen eerder in het septembernummer.






