In het juninummer

DO THE RIGHT THING

Gasthoofdredacteuren Michelle Provoost en Wouter Vanstiphout

We hebben te maken met een veelheid aan complexe opgaven en crises, en het ontwerpvak schiet dan nogal eens in de reflex van: ‘we moeten dit allemaal oplossen’. Terwijl dat (zeker met huidige methodieken en vanuit bestaande rollen) meestal helemaal niet kan. Ontwerpers moeten zich realiseren dat hun reikwijdte en invloed beperkt zijn, en ze in veel gevallen niet de positie hebben om zich overal mee te bemoeien. Dat maakt ze kwetsbaar – want als je hoog inzet en het niet waarmaakt, kan de geloofwaardigheid van ontwerp (en wat je ermee kan bereiken) afnemen. Die hang naar ‘integraliteit’ en ‘integraal werken’ is dus niet zaligmakend en steeds vaker een codewoord voor het dun uitsmeren van de bijdrage van ontwerpers. Bovendien onttrekt de stapeling van ambities – vaak geformuleerd in abstracte termen als duurzaamheid, betaalbaarheid, participatie, kwaliteit, levendigheid – aan het oog wat de écht belangrijke keuzes zijn die gemaakt moeten worden.

Daarnaast gaat het in de aanpak van ‘grote opgaven’ al snel om de noodzaak van systeemveranderingen. Dat is lovenswaardig, maar ook erg ingewikkeld – het kost tijd, vraagt om een andere politiek, om een andere economie zelfs. Overheden hebben allerlei ingewikkelde processen opgetuigd om opgaven en problemen aan te vliegen, terwijl daar lang niet altijd oplossingen en keuzes uit voortkomen. Het gaat te vaak om de processen zelf (het gepolder) dan om goede uitkomsten, paradigmaverschuivingen of het welzijn van mensen. Dit heeft ertoe geleid dat ontwerpers en andere ruimtelijke professionals in hun schulp kruipen – ze raken geïntimideerd door de complexiteit, door terugkerende verwijten van ‘maakbaarheid’, door de verplichting om zich aan processen aan te passen.

 

Met dit dossier willen gasthoofdredacteuren Wouter Vanstiphout en Michelle Provoost een denkoefening doen. Wat als we niet vanuit processen of theoretische modellen handelen, maar vanuit pragmatiek en gezond verstand? Wat als we niet langer abstracte ambities nastreven (zoals duurzaamheid, gezonde leefomgeving, betaalbare woningen), maar hele concrete doelen? Michelle en Wouter willen aftasten welke kansen dan op tafel komen en welke vergezichten binnen handbereik. Welke deuren gaan open als we stelling nemen of een duidelijke koerswijziging als startpunt nemen?

Het gaat dan om simpele, maar tegelijkertijd radicale en moedige keuzes en besluiten waarmee we écht belangrijke zaken voor elkaar krijgen. Keuzes die we bij wijze van spreken morgen kunnen nemen, omdat ze niet afhankelijk zijn van complete revoluties die nodig zijn om dominante systemen als de kapitalistische economie of de neoliberale politiek te challengen en op een nieuwe leest te schoeien. Het veranderen of vervangen van slechts een onderdeel binnen die systemen is veel effectiever – omdat één krachtig besluit of één sterke ingreep een heel systeem onklaar kan maken of totaal anders kan laten functioneren.

De positie van ruimtelijk ontwerp hierin is tweeledig. Aan de ene kant hebben stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten, architecten, maar ook kunstenaars en andere designers de creativiteit om met gerichte interventies de noodzakelijke systeemveranderingen voor elkaar te krijgen – als ze maar goed omschreven, toepasbaar en uitlegbaar zijn. Aan de andere kant zorgen heldere keuzes en besluiten voor meer bewegingsruimte waarbinnen ontwerpers aan de slag kunnen met het verbeteren van de leefbaarheid, de schoonheid, de gezondheid, de veiligheid en de duurzaamheid van onze steden en landschappen.

 

In dit speciale dossier zetten we enkele van die duidelijke keuzes in het spotlicht. Vanstiphout en Provoost definiëren motto’s en slogans die zowel kleinschalig van karakter zijn als fundamenteel. Het gaat om meetbare, uitlegbare en binaire keuzes of ingrepen die op zichzelf eenvoudig zijn, maar het wel in zich hebben om complexe systemen te veranderen. Zoals nooit meer slopen en geen vlees- of zuivelproductie meer in Nederland. Of al het water zwembaar en elke nieuwe wijk Parisproof.

Daarnaast gaan gesprekken met sleutelfiguren die dergelijke radicale besluiten al in de praktijk brengen. Vanstiphout en Provoost interviewen Melanie Schmit van de Housing First-beweging over het principe 'een huis voor iedereen'. En ze bevragen econoom Hans Stegeman over wat nodig is om tot een andere economie te komen, en ecoloog Ronald Buiting over zijn stelregel 'alles groen, tenzij'.

 

VERDER IN DIT NUMMER

Een portret door Eva Vroom van Yoran van Boheemen en Femke Visser van bureau LOF, een voortzetting van Feddes/Olthof landschapsarchitecten. En een reportage van Edwin Lucas over de stand van zaken omtrent de planontwikkeling voor de beroemdste bouwlocatie van Nederland: Rijnenburg.

 

DE PROJECTEN

Redacteur Judith de Blok gaat op pad in de nieuwe buurtschappen van Veghels Buiten en Engeli Kummeling bezoekt de nieuwe passerelle in het Zwolse stationsgebied.

 

COLUMNS
Van  Sander de Knegt, Eva Vriend en Pieter Hoexum.

 

Het juninummer verschijnt op 26 juni.