De renovatie van het verwaarloosde kunstwerk Blauwe Golven laat zien wat de kracht is van omgevingskunst. Nu de golvende bestrating weer ‘klotst’ en de helderblauwe kleuren zijn hersteld, is de oude parkeerplaats zélf een bestemming geworden.
Tekst Hester van Gent
Foto's Hans Peter Föllmi
Het Arnhemse kunstwerk Blauwe Golven aan de oever van de Rijn is in ere hersteld. Al van ver springen de blauwwitte banen van de brede golven, gestold in betonsteen, in het oog. Ze vormen een groot, heuvelig veld dat onder de grijze fly-overs aan de Nelson Mandelabrug doorloopt. Op de golftoppen zijn auto’s gestald; het werk is van oudsher een parkeerplaats. Centraal in het kunstwerk is het golvende veld autovrij. Een koepelvormige fontein sproeit boogjes water uit de Jansbeek en zorgt voor een koele nevel, het geruis van het water overstemt dat van het drukke autoverkeer.
Met de aanleg van de Nelson Mandelabrug in de jaren 70 landde er op het Roermondsplein een verkeersmachine die de ruimte versnipperde. Voetgangers, fietsers en bussen werden in een rechte lijn met de brug verbonden, auto’s via een royale verkeerslus. Kunstenaar Peter Struycken kreeg van de gemeente de taak om de uiteengeslagen ruimte vorm te geven en zijn kunstwerk Blauwe Golven is hiervan het bekende resultaat.
De afgelopen jaren is het werk verwaarloosd. De verkeerscirculatie werd aangepast zonder oude wegdelen op te ruimen, op de golven groeide onkruid, de kleuren vervaagden onder een laag vuil en er vloeide geen water meer uit de fontein. De vraag of het werk behouden moest blijven leidde tot een hevig stadsdebat. Voorstanders pleitten voor herstel, tegenstanders vonden dat het werk moest wijken voor groen en recreatie. In 2019 koos de gemeenteraad voor het behoud van Blauwe Golven.
Een juiste keuze, zo blijkt nu het kunstwerk is gerenoveerd, de kleuren weer helder zijn en de golven vloeien. Het toont eens te meer wat omgevingskunst vermag, ook op een weerbarstige locatie als deze. De kracht van Blauwe Golven schuilt in de aanleg van een herkenbaar veld dat met zijn opvallende kleuren en uitgesproken vorm de snipperruimtes rond de drukke wegen samensmeedt en zélf een bestemming wordt. Waar de infrastructuur een barrière opwierp tussen stad en rivier, is het werk een plek om te parkeren maar ook over de golven te lopen en langs de rand van de fontein te spelen. De lijn met de Rijn en de Oude Haven, die ooit op deze plek lag, loopt via de verbeelding.
Zo’n ingreep werkt alleen als het idee erachter onverbiddelijk en tot in detail wordt doorgevoerd. De ontwerpers van Veenenbos en Bosch, verantwoordelijk voor de renovatie, hebben dat goed begrepen. De volledig vernieuwde golven spoelen over de vluchtheuvels en klotsen langs de randen van de wegen en stoepen. Rond de kolommen van de fly-overs vormen ze een waaierende kraag van witte betonstenen.
Op sommige punten heeft Veenenbos en Bosch, in samenspraak met Peter Struycken, het oorspronkelijke werk aangepast. Dat geldt bijvoorbeeld voor het parkeren. De gemeente vroeg naast renovatie om uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen. Die vond het bureau op de zuidoostelijk gelegen golven. Ook de wijze van parkeren is veranderd. In de jaren 70 werden de banen al snel afgesloten voor autoverkeer omdat het willekeurig parkeren op de golven als onveilig werd beschouwd. Toen de gemeente er jaren later oranje parkeervakken op liet verven raakte het werk weer in gebruik als parkeerplaats. De recente ingrepen zijn subtieler. De vernieuwde banen zijn afgestemd op de gemiddelde autobreedte. De witte banen bieden ruimte aan één parkeerplaats, de blauwe banen zijn twee keer zo breed, grijze betonklinkers in een subtiele stippellijn delen het blauwe vlak in tweeën. Een deel van het parkeerveld is bestemd voor elektrische auto’s. Dat is te zien aan de ingelegde laadpunten op de golftoppen en de tegels met pictogrammen, die tussen de bestrating zijn geplaatst.
Veenenbos en Bosch heeft niet alleen recht gedaan aan het kunstwerk, maar maakte ook een inrichtingsplan dat Blauwe Golven verankert in de omgeving. Bij de Oude Kraan is dat goed te zien. De aanvankelijk door asfalt en beton gedomineerde weg is nu een herkenbare wandel- en fietsroute die Museum Arnhem en kunstacademie Artez met de binnenstad verbindt. Gebakken klinkers in grijsbruin en beige geven tegenwicht aan het blauw en wit van de golven. Het eerst zo smalle reepje groen heeft de ruimte gekregen, een brede wadi vangt het regenwater op.
Waar het kunstwerk de nabijheid van het water vooral verbeeldt, leggen de opnieuw ingerichte randen een meer fysieke relatie met de Rijn, en dat is een waardevolle aanvulling. Aan de oostkant is de groene singel om de binnenstad verlengd naar de rivier met verhoogde plantvakken in vloeiende vormen. Deze singelstructuur eindigt in brede trappen die uitzien over het water. Aan de noordwestzijde van Blauwe Golven ontwierp het bureau een grote groene terp als een tweede uitzichtpunt.
Beide punten raken aan de laaggelegen Boterdijk, waar de gemeente werkt aan de versterking van de Rijnkade, naar een ontwerp van Poelmans Reesink. Rond de Nelson Mandelabrug is de kademuur verwijderd en vervangen door groene taluds. Onder de brug ligt een gloednieuw skatepark, van de hand van bureau Mudcrew. Golvende banen en diep gelegen vlakken omzoomd door blauwe kaders trappen langzaam af naar het water: ook hier is contact met de rivier gelegd. Het geklikklak van de skateboarden galmt onder de brug, skaters stunten over het beton van het geaccidenteerde park.
En niet alleen daar. Iets verderop heeft een groepje skaters een deel van het kunstwerk ontdekt dat nog achter de bouwhekken staat. Daar ‘surfen’ ze met hun skateboards over de stenige golven, het omgevingskunstwerk is en blijft een plek van verbeelding. Bij het vallen van de avond verandert het beeld, mede dankzij het lichtontwerp van Atelier Lek. Wanneer de lampen aangaan licht de fonteinkoepel op, van blauw naar wit, als een levendig baken op een zee van golven.
Dit artikel verscheen in het septembernummer van 2025.









