Nieuwe serie – Bij de jaarboek- commissie

De commissie aan het werk op het kantoor van Baljon in Amsterdam. Van links naar rechts: stedenbouwkundige Mattijs van Ruijven, landschapsarchitect Mare Laure Hoedemakers, stedenbouwkundige Tom van Tuijn (op scherm), cultuurhistoricus Vita Teunissen en voorzitter Yttje Feddes.

 

In deze weken voor de zomer komt de selectiecommissie meerdere keren bijeen om te bepalen welke landschapsarchitectuur- en stedenbouwprojecten opgenomen worden in de jaarboekeditie van 2026.  Na twee bijeenkomsten beginnen de eerste verhaallijnen zich te ontvouwen, en wordt duidelijk welke accenten commissieleden Vita Teunissen, Tom van Tuijn, Marie Laure Hoedemakers, Mattijs van Ruijven en voorzitter Yttje Feddes willen leggen.

 

Wat valt op dit jaar, welke thema’s zijn dominant, hoe staan de vakgebieden ervoor? De komende maanden lichten we tot de boekpresentatie in december af en toe een tipje van de sluier op. In blogs op deze site en via onze socialemediakanalen geven we regelmatig wat prijs over wat de commissie heeft gezien en belangrijk vindt. Daarnaast zullen ze alle vijf in korte bijdragen hun persoonlijke gedachten delen – waar heeft een ieder op gelet, wat verstaat elk commissielid onder ‘jaarboekwaardig’? 

We kunnen al wel vaststellen dat deze commissie een activistische toon wil aanslaan – niet om met de vinger te wijzen, maar om de vakwereld erop te wijzen dat het op sommige vlakken vijf voor twaalf is. We hebben te maken met meerdere kantelpunten (met betrekking tot bijvoorbeeld klimaat en woningbouw) en de commissie toont graag projecten die deze kantelpunten adresseren en laten zien hoe ruimtelijk ontwerp bijdraagt aan de aanpak van urgente opgaven.

 

Een onderwerp dat de commissie aan het hart gaat en een activistische benadering kan gebruiken is, hoe kan het ook anders, de woningbouwopgave. Op dit onderwerp mag de vakwereld wel wat meer van zich laten horen en met de vuist op tafel slaan. De commissieleden hebben de indruk dat het in veel woningbouw- en verdichtingsprojecten nog te vaak draait om massa en aantallen. De commissie wil dit tegengaan en het woningbouwvraagstuk veel liever vanuit idealen aanvliegen. Want wat als we met het toevoegen van bebouwing meteen ook zorgdragen voor grotere groenstructuren? Wat als een plan adresseert aan maatschappelijke behoeften, zoals ouderenhuisvesting, zorg, collectiviteit en gemeenschapszin? Wat als nieuwbouw een bestaande buurt beter maakt? En wat als betaalbaar ook echt betaalbaar is en duurzaam ook echt duurzaam?

 

De selectiecommissie gelooft dat we dan tot betere ontwerpoplossingen komen, tot stedenbouwkundige composities met zeggingskracht – die vernieuwende typologieën bevatten, gestoeld landschappelijke onderleggers, waarmee meerdere ambities (ecologisch en sociaal) kunnen worden nagestreefd.