Renoveren, transformeren, splitsen

De verbouwde Nimetoschool in Utrecht. Foto Gerrit Spruijt

 

In ons juninummer pleiten gasthoofdredacteuren Michelle Provoost en Wouter Vanstiphout voor pragmatisch idealisme. We moeten de drang om alles tegelijk op te lossen weerstaan, en aan de slag met concrete ideeën en projecten. Het is hoog tijd voor op het oog simpele besluiten die toch een enorme stap voorwaarts zijn. Zoals het principe om nooit meer een gebouw te slopen.

 

Tekst Hester van Gent

 

Een collectief dat zich al langer in deze hardnekkige sloopcultuur verdiept, is het Platform Woonopgave, een netwerk van ontwerpers en andere experts, opgericht door onder anderen architect Sanne van Manen. Zij stelt de overheersende gedachte ter discussie dat er per se één miljoen woningen moeten worden bijgebouwd. En ze plaatst tevens vraagtekens bij de sloop van gebouwen. Het behouden van gebouwen voorkomt verspilling van bouwmaterialen en is relatief duurzaam in een sector die verantwoordelijk is voor 11 procent van de jaarlijkse CO2-uitstoot. Bovendien is er in het bestaande vastgoed genoeg woonruimte te vinden om het woontekort teniet te doen – samengevat in het motto ‘woningen vinden in plaats van bouwen’. Leegstaande of onderbenutte gebouwen kunnen worden gerenoveerd of getransformeerd, (te) grote woningen kunnen worden gesplitst.

 

In België pionieren Dimitri Minten en Tim Vekemans van het Antwerpse architecten- en onderzoeksbureau Rest al jaren met het vinden van zulke ‘zwerfruimtes’ – onderbenutte ruimtes in bestaande gebouwen. Ze ontwikkelden hiervoor een gebruiksscan, waarmee ze nauwkeurig analyseren hoe de ruimtes in een gebouw worden gebruikt. Rest is ervan overtuigd dat er de afgelopen decennia al meer dan genoeg is gebouwd en richt haar praktijk op ‘niet-bouwen’. ‘Naar ons idee krijg je de huidige ruimtelijke behoeftes opgelost in het bestaande patrimonium’, legt Tim Vekemans uit. ‘Onze gebruiksscan dient daarvoor als basis.’ 

Onbenutte plekken

Vekemans en Minten vonden al veel ruimte voor woningen, onder meer in de kantoorpanden van de Europese wijk in Brussel. Maar evengoed zoekt het bureau naar onderbenutte plekken voor andere voorzieningen. Zo gaven ze, samen met Atelier Kempe Thill, nieuw leven aan de Harmonie, een voormalige feestzaal uit de 19eeeuw, aan de rand van het Antwerpse Harmoniepark. Ze verwijderden de latere toevoegingen in en aan het gebouw en herstelden de zalen met hun ornamenten en stucplafonds in oude luister. Zo  transformeerde het pand naar een kantoor voor de lokale overheid van district Antwerpen. In de zijbeuken van de centrale zaal staan de loketten. De middenbeuk is op een paar stoelen na vrijgehouden, waardoor er ruimte is voor culturele bijeenkomsten.

Het district Antwerpen wilde de naastgelegen orangerie omvormen naar een raadszaal, maar Rest bedacht een alternatief plan. De raadszaal wordt immers maar een keer per maand gebruikt en heeft geen relatie tot het naastgelegen park. De raad vergadert nu in het provinciekantoor aan de overkant van het park. Deze toren was drie bouwlagen te groot geworden voor de provinciale organisatie die inmiddels gekrompen was. In de orangerie huist nu een café, met een terras dat uitziet op het park. ‘In feite hebben we daarmee nieuwe zwerfruimtevoorkomen’, zegt Dimitri Minten.

 

Lagere bouwkosten

In Nederland maakt Mevrouw Meijer, de stichting van kunsthistorica Wilma Kempinga en architect Tjeerd Wessel, zich hard voor het behoud en hergebruik – oftewel het niet slopen – van scholen. Daarvan zijn er in Nederland zo’n tienduizend en die zijn stuk voor stuk geschikt om te behouden of te transformeren naar een duurzame school met nieuwbouwkwaliteit, meent de stichting. Toch kiezen schoolbesturen en gemeenten nog te makkelijk voor nieuwbouw. Ondanks het feit dat hergebruik duurzamer is en de bouwkosten 10-30 procent lager uitvallen.

Ook het schoolbestuur van basisschool De Zevensprong in Best wilde aanvankelijk een nieuwe school. Maar toen Mevrouw Meijer het bestuur drie doorgerekende ontwerpscenario’s voorlegde – twee voor renovatie, één voor nieuwbouw – koos het bestuur toch voor het renovatieplan, gemaakt door bureau KettingHuls. ‘Bij ons kiest een school uiteindelijk altijd voor renovatie. Om het prijsverschil, maar ook omdat we laten zien dat het bestuur een verborgen schat in huis heeft, die alleen maar opgepoetst hoeft te worden’, zegt Wilma Kempinga. In het geval van De Zevensprong waren dat de sheddaken waardoor het licht inmiddels weer schuin in de lokalen valt. Deze en andere kwaliteiten van oudere scholen zoals hoge ruimten of tweezijdige lichtinval en royale schoolpleinen, keren in nieuwbouw niet zomaar terug, omdat de bouwnormen voor scholen te krap zijn.

Het behoud van schoolgebouwen heeft ook een sociale betekenis. ‘Als je een school sloopt haal je de kern uit een gemeenschap’, legt Kempinga uit. ‘Een school ligt meestal centraal in de wijk en mensen hebben er herinneringen aan, hij maakt deel uit van het collectieve geheugen.’ Toen de school in Best eenmaal vernieuwd was, kwamen wijkbewoners vertellen dat ze blij waren dat de school er nog staat, terwijl ze zelf geen schoolgaande kinderen meer hadden.

 

Hergebruik-tenzij

Naast de gemeente betrekt Mevrouw Meijer bij het ontwerpend onderzoek voor de transformatie van een school ook altijd de omwonenden. Hierdoor begrijpen de verschillende partijen elkaar beter. En het biedt kansen om voorzieningen te delen. Een voorbeeld hiervan is de buitenruimte van de vernieuwde mbo Nimeto in Utrecht. Aanvankelijk wilde de buurt liever hekken om het schoolplein. Er werd afgesproken dat de school die zou plaatsen, wanneer er overlast zou komen. Wessel: ‘Inmiddels is de buurt zo tevreden met de vernieuwde buitenruimte, die zowel door mensen van de school als daarbuiten wordt gebruikt, dat de hekken er niet zijn gekomen. Sterker nog, dezelfde ontwerpers gaan nu ook een plan maken voor de inrichting van de ruimte rondom de school.’

Hoewel de huidige gebouwen plek genoeg lijken te bieden voor de hedendaagse ruimtelijke opgaven, gaat de bouwwereld onverminderd door met slopen en bijbouwen. Bureaus als Rest en Mevrouw Meijer blijven voorlopig pioniers. Het roept de vraag op wat er moet veranderen om dat te doorbreken.

Mevrouw Meijer pleit voor wetgeving om sloop terug te dringen. Volgens Kempinga zijn in de bouw alle randvoorwaarden ­– normen, wetgeving, financiering, praktijkroutine en bedrijfscultuur – gericht op sloop-nieuwbouw. Dat kan alleen veranderen als er wetgeving komt waarin ‘hergebruik-tenzij’ het uitgangspunt is. De overheid zelf moet daarin de leiding nemen: ‘Als de overheid voor het maatschappelijk vastgoed, waaronder scholen, de eigen klimaatwetten zou naleven, komen we in de buurt van de afspraken die in het kader van het Parijse klimaatakkoord voor het verminderen van de CO2-uitstoot zijn gemaakt.’ De werkwijze van Mevrouw Meijer vraagt om een andere inzet van ontwerpers. Standaard ontwerpoplossingen hebben in bestaande bouw geen nut, waardoor de opgave eerder geschikt is voor goede ontwerpers die houden van maatwerk en de gebruikte materialen willen leren kennen.

 

Land teruggeven

Bureau Rest pleit ervoor om beleid te maken waarmee het innemen van land voor nieuwbouw wordt tegengegaan. Hierdoor zal grondschaarste ontstaan, en de druk om vanuit bestaande gebouwen te denken. Dat betekent overigens niet dat er nooit meer gesloopt hoeft te worden. Vekemans: ‘De afgelopen jaren hebben we in de lage landen zoveel land ingenomen dat we de komende tijd ook weer land moeten teruggeven. Daarvoor moeten we soms afscheid nemen van gebouwen en andere verhardingen. Ik ben dan ook niet dogmatisch tegen sloop.’ Minten vult aan: ‘Dit slopen en ontharden is nodig om van een harde een zachte bestemming als natuur en ecologie te maken. Daarmee kunnen we de komende jaren de klimaatopgave opvangen.’

 

Het juninummer met het door Vanstiphout en Provoost samengestelde dossier is hier te verkrijgen.